top of page

Ik hou van je warmte op mijn gezicht…

Bijgewerkt op: 20 jan.

… maar even later komt de nacht en schijnt de koele maan


Deze titel en ondertitel, uiteraard uit ‘Pastorale’, zijn niet toevallig gekozen. Warm en koud, zon en maan. Voor eeuwig en altijd aan elkaar verbonden.

Dit klinkt alvast luchtig, maar het onderwerp, in dit artikel, is dit helemaal niet. Ook dat gaat wel over warm en koud (dit is immers een reeks over het klimaat), maar zodra je daar zon en maan bij betrekt wordt het al iets gecompliceerder.

Iemand zoals Lieven Scheire, heeft daar geen moeite mee, die begrijpt daarvan elk detail. Maar neem het van me aan: ik niet. Gelukkig heeft een blog niet de pretentie van een doctoraat, dus kan ik me wel wat speling permitteren. Wat ik probeer, is moeilijke dingen proberen vatten, op mijn manier, en als ik dit kan overbrengen dan is mijn poging geslaagd.

Maar let op, het blijft het ingewikkeldste artikel uit mijn reeks en er komen veel historische weetjes in.

Dus als geschiedenis uw ding niet is, leg het opzij en wacht op het volgende artikel, dat is toegankelijker.


In het vorige artikel hadden we het over wetenschappers, die een aantal parameters in een model gooien, de machine laten draaien en kijken wat er uit komt. Ook de wetenschappers, die ik hier ga overlopen, doen dat, maar ze kijken niet zozeer naar de huidige toestand, het klimaat zoals het nu is, maar wel naar wat er in het verleden gebeurd is en dat zetten ze uit ze op een tijdschaal.

Ik verduidelijk hun aanpak.


We hebben jaren aan zee gewoond, en wie zee zegt, zegt strand, en wie strand zegt, zegt eb en vloed.

Toch wel een boeiend fenomeen, niet? Het water komt op, het water gaat af. Een perpetuum mobile, zoals ze dat zo mooie kunnen zeggen.

Nu kan je, als je iets met tijden hebt, timen wannéér dat precies gebeurt. Dus je noteert hoogste stand om dat uur, zoveel minuten - idem met de laagste stand.

Na een aantal jaren zie je daar een patroon in en zeg je: ik hoef me geen zorgen te maken, dat patroon is perfect voorspelbaar. Ik geef de temperaturen en tijden in, en op misschien een paar specifieke omstandigheden na, kan ik vanaf nu perfect voorspellen wat er volgt, wat ik kan verwachten.


Maar dan heb je bollebozen en die vinden: ‘allemaal goed en wel, maar ik zou wel graag snàppen wat hier gebeurt, want dan kan ik ook onvoorziene parameters in mijn model opnemen, denk maar aan extra wind.’ Goed, die beginnen dat te onderzoeken en ze stellen vast, dat niet de wind de bijkomende factor is, maar de maan. Eb en vloed heeft te maken met de aantrekkingskracht van de maan.


Over dit soort evolutie en verschillen in redenering gaat het eerste stuk van dit artikel. Over de klimaathistoricus, die de gebeurtenissen boekt en bestudeert, uitgaande van de historische context.

En over de klimaatastroloog, die die gebeurtenissen probeert te verklaren, uitgaande van onze planeet en de krachten er omheen. Beiden proberen er uit te raken door het fenomeen ‘temperatuur’ te zien in zijn historisch continuüm, maar met als vertrekpunt: het verleden.

Daarin zit al een groot verschil met de piste van het IPCC. Die kijken maar zover terug, tot hun verhaal klopt. Ik weet dat daar al zeker een aantal mensen niet mee eens zullen zijn (minstens één), maar die moeten mij in de fameuze Hockeystick eens aanduiden, waar ze hierin de warme Middeleeuwse periode terugvinden. Maar goed, ieder zijn mening…


Wij gaan dus van start met de wetenschappers die kijken naar het verloop van de temperatuurcurve, en dat tot miljoenen jaren terug. Het meest verhelderende hierin zal niet de tekst zijn, maar de grafieken. Dus als mijn manier van formuleren niet duidelijk genoeg is, bij voorbaat mijn excuses. Het is nu eenmaal het meest ingewikkelde stuk in de reeks.


—————


Klimaathistorici halen hun gegevens , zoals we al gezien hebben, uit ijsboringen, maar ook uit bodemonderzoek, boomring-studies enzovoort. Over die laatste tak, de dendrologie, bestaat wel controverse, wat betreft hun betrouwbaarheid. Mijn mening hierover: het ziet er allemaal wel romantisch uit - zoals wij vroeger ‘door de wijde natuur’ op zoek gingen naar natuurvondsten - maar mij lijkt het toch meer wetenschap in de zin van ‘er zijn veel dondervliegjes, dus er is onweer op komst’. Je moet toegeven: in deze methode steekt toch een grotere factor ‘interpretatie’, dan wanneer je uit peilingen laat bepalen, hoeveel er van welke stof in een monster zit. Zo vertrouw ik persoonlijk ook meer op een gestandaardiseerde bloedanalyse, dan op iemand die me zegt dat ik er wat bleekjes uitzie.

Misschien wat kort door de bocht, ik geef het toe, maar ik vind dat ik ten alle tijde recht heb op mijn mening - u mag het gerust met mij oneens zijn.

Laat ons eens kijken hoe ver die klimaat-geschiedschrijvers staan met hun verhaal.


De eerste grafiek toont het temperatuurverloop, van 65 miljoen jaar terug, tot nu. U zal denken, wow, dat is al wat. Maar het is maar een klein stukje van wat de daarop volgende grafiek laat zien, want die gaat zomaar even 570 miljoen jaar terug.

Wetenschappers goochelen graag met de meest exotische woorden, dat is hun goed recht, maar voor ons is dat van geen enkele waarde. Misschien zijn enkel de termen ‘Holoceen’, rechts onder in grafiek 2 - dat is de tijd waarin we nu zitten - en ‘Pleistoceen’, de periode die daarvoor kwam, de moeite waard om dit de duur van dit artikel even te onthouden, want in mijn tekst komen die namen een paar keer terug. Wil u àl die namen leren, om beter te scoren bij Scrabble - ik moei mij er niet mee.


In de eerste grafiek, hieronder, ziet u onmiddellijk, dat de temperatuur aanhoudend is gezakt, sinds het punt, aangegeven met de pijl naast de benaming ‘Eoceen-warmte maximum’.

Dus we kunnen niet ontkennen, dat we momenteel niet in een warme periode leven, maar integendeel, in een zeer koude periode.




Onder het punt waar ik het zonet over had, en dan moet je wat zakken in de grafiek, staat: AARDE IS IJSVRIJ. Met andere woorden: gedurende die miljoenen jaren, was de aarde ijsvrij - de polen waren trouwens bebost en warm. Het is pas vrij recent dat gletsjers in het hooggebergte het normaal zijn geworden en de polen het hele jaar door bedekt zijn met ijs.

Maar als ik dan kijk naar zo’n 33 miljoen jaar terug, dan staat er: ‘Antarctische verijzing’. Mijn tekstcorrector wil daar per sé verrijzing van maken, maar nee, het is geen typ-fout. Wàt is dàt, verijzing? Heel eenvoudig:

De temperatuurcurve gaat naar beneden en komt op een punt waarop ijsvorming tot stand komt.

Dat gebeurt eerst in het zuidelijk halfrond - veel minder land, veel meer oceanen - en pas later in het noordelijk halfrond. Met andere woorden: Antarctica begon te bevriezen, toen de gemiddelde wereldwijde temperatuur ongeveer 6 °C warmer was dan nu! Dat is interessant voor mijn artikel over de zee en het ijs. Het kàn niet dat Antarctica volledig wegsmelt door een temperatuurstijging van 2°C. Het wordt trouwens door een circumpolaire stroom omgeven, die het warme water uit het noorden van het continent weghoudt.

Dezelfde redenering gaat ook op voor het noordpoolgebied. Ook hier: zelfs al smelt het noordpoolgebied nòg verder, het is vrijwel onmogelijk dat het de komende eeuwen ijsvrij zal worden.


We gaan nog verder terug in de tijd en helpen een tweede fabel de wereld uit. In de volgende grafiek ziet u de temperatuurschommeling (lichtblauw) en de CO2 concentratie (paars) en dat tot zo’n 570 miljoen jaar terug.




Je ziet dat de aarde de laatste 250 miljoen jaar nog nooit zo koud is geweest als nu, op een periode in het Pleistoceen na, de Karoo-ijstijd genoemd, en een lichte afkoeling 260 miljoen jaar geleden.

Maar wat je òòk ziet, is dat de curves van temperatuur en CO2 niet gelijk lopen, ja zelfs, rond 146 miljoen jaar terug, totaal tegengesteld verlopen aan elkaar. Hoe kan het dan dat de aarde zou opwarmen als de CO2 stijgt?

Maar ik geef toe en voor ik boze reacties krijg: je mag niet te snel conclusies trekken! De aarde warmt inderdaad wel (een beetje) op als de CO2 stijgt, dat betwist niemand. Maar de mate waarop dat stijgt en hoelang dat duurt klopt niet met wat het IPCC ons wijs maakt, en dat weten zij ook.


Ik loop even vooruit op een volgend artikel, over CO2 en het broeikaseffect. Op een bepaald punt is er verzadiging aan CO2 in de atmosfeer en mede door feedback-mechanismen (leg ik later wel uit), loopt de temperatuur niet verder op, en dat is iets wat we nu al zien.

Dat een curve er op grafiek gladjes uitziet, wil trouwens niet zeggen dat, binnen die periode, alles perfect gelijkmatig verloopt. In het Pleistoceen bijvoorbeeld wisselde extreme kou net zo goed af met meer gematigde klimaten, als nu. We onderscheiden in die laatste ijstijd zo'n 25 cycli en de variatie binnen zo'n cyclus was groot, vaak zo'n 5 tot 6°C. En dat kon trouwens heel snel gaan. Temperatuurverschillen van meerdere graden, soms al in enkele decennia, waren geen uitzondering.


In het zopas vernoemde Pleistoceen doen zich ook tijdelijke veranderingen voor ter hoogte van de zogenaamde Beringlandbrug. Deze 1600 km brede landbrug vormde in die periode namelijk een verbinding tussen Alaska en Oost-Siberië. Dat kwam omdat, tijdens de wereldwijde afkoelingscycli , enorm veel water in de ijskappen van de Noord- en Zuidpool werd opgenomen, waardoor het zeeniveau sterk daalde en je hier en daar ondiepe zeebodems kreeg.

Om dezelfde reden vormde zich trouwens ook een landbrug tussen het Australische vasteland en Nieuw-Guinea, waren de Britse Eilanden een deel van het Europese vasteland en was de Perzische Golf drooggevallen.

We hebben bewijzen, dat Aziatische zoogdieren, van de Oude naar de Nieuwe Wereld migreerden ( leeuwen, jachtluipaarden, rendieren, wolven, elanden … ) via de Beringlandbrug, en dat kamelen en paarden dat ook deden, maar dan in omgekeerde richting. Deze trek kon blijven doorgaan, tot de aarde opnieuw opwarmde, zo’n 6000 jaar geleden, en de kustlijnen grofweg hun huidige vormen aannamen.




Tot daar het Pleistoceen, de periode vòòr ons. Op naar het Holoceen, het tijdvak waar wij nu in leven.

Die periode begon ongeveer 11.700 jaar geleden en volgde op een temperatuurstijging die bijna 10.000 jaar duurde. Om een idee te krijgen van de verhouding: het Holoceen vertegenwoordigt 0,00025% van de aardse geschiedenis (cero cero cero, weet je wel), dus zéér kort, en omvat vrijwel alles van wat wij als menselijke beschaving beschouwen.



Zoals aangegeven in de figuur hierboven, kan je die periode ruwweg opdelen in drie fasen: een beginperiode van ca 2000 jaar waarin snelle opwarming, een periode van 4000 jaar, een plateau, het zogenaamde klimaatoptimum, en tot slot een periode van 6000 jaar, het Neoglaciaal.

Daarin herken je al het woord ‘glaciaal’, dus een broeikas zal dat wel niet zijn.


Het klimaatoptimum, zo’n 5.000-7.000 jaar geleden, wordt zo genoemd, omdat dit een periode was met een zeer gunstig klimaat. Het was er gemiddeld 1°C warmer dan nu en het was toen ook natter. Dat weten we dank zij de vele archeologische opgravingen van steden en nederzettingen van veehoeders, zo’n 14000 tot 2000 jaar geleden. De Sahara was op dat moment trouwens groen en in die periode ontstonden de beschavingen van Sumerië, China, het oude Egypte en bijna alle culturen uit het Bronzen Tijdperk.

De wereld was niet onbewoonbaar, en nee, niet alles stond onder water. Ook onze Lage Landen niet.


Als je volgt in de grafiek hieronder zitten we ondertussen in de roodbruine heuvel (Ancient Egypt) en je ziet dat daarop een blauwe dip volgt. Er kwam een geleidelijke daling van de temperatuur en die zet zich door tot op heden, zoals aangegeven door de stippellijn. De Sahara werd weer een woestijn, zoals dat tijdens de gehele voorgaande ijstijd het geval was geweest (minder regenval) en in Egypte concentreerde de bevolking zich in de Nijl-vallei, vandaar de opkomst van het ‘New Kingdom’.



Ik wil niet beweren dat het pas vanaf dan is, maar ik elk geval: vanaf dan gebeurt er van alles.

De meeste dingen hebben we geleerd op school. Het Bronzen tijdperk, de Minoïsche cultuur, de Grieken, de Romeinen, en noem maar op.

Het mooiste overzicht daarvan vond ik op deze site en daar vind je ook dit overzicht in een betere resolutie dan ik hier kan. Het mooie daaraan is, dat ook de temperatuurschommelingen worden weergegeven. In Groenland weliswaar - je kan moeilijk ijsboringen doen aan de evenaar (blauwe curve) - én, recenter, data bekomen door satellietmetingen, in het rood.




Ik haal daar in het kort een paar periodes uit.

Dat de Minoïsche warme periode beduidend warmer was dan de temperaturen waar we nu voor alarmeren, is zonder meer duidelijk af te lezen. Idem met de Romeinse Warme Periode ( 200 voor tot 200 na Christus ). We hebben bewijs dat de gletsjers toen veel kleiner waren dan nu. Trouwens, denkt u nu echt dat Hannibal, met olifanten dan nog, de besneeuwde Alpen had kunnen oversteken?

Na deze Romeinse Warme Periode komt er een koude periode, in de Vroege Middeleeuwen, gevolgd door opnieuw een warme periode.

In Europa was het toen bijna even warm als nu. Men plantte wijnranken in Schotland en Engeland, en perziken in Vlaanderen. De Noormannen koloniseerden het zuiden van Groenland, deden aan landbouw en noemden het huidige New Foundland, bij Canada, “het wijnland”. De gletsjers waren korter dan nu. Een mooie illustratie van de hoge temperaturen in de Middeleeuwen zijn de vondsten van boomresten op Alaska, sommige nog met wortels en zelfs een beetje bast, die door koolstofdatering kunnen gedateerd worden als 1000 à 2000 jaar oud.


Vanaf 1400 vinden we opnieuw overal sporen van afkoeling. Vanaf de 15de tot halfweg de 19de eeuw was het veel kouder dan nu. De gletsjers werden groter en de winters strenger. Men noemt dit “De Kleine IJstijd” en die was rond 1650 tot 1700 op zijn koudst. In die periode bevroor de Gouden Hoorn in Istanbul en op de Thames organiseerde men druk bezochte ijskermissen. Er worden veel winterlandschappen geschilderd - denk maar aan de Hollandse meesters…


Na 1850 werd het opnieuw warmer en spreekt men van een Moderne Warme Periode. Maar die duurt ondertussen nog niet eens 200 jaar, daar waar de meeste oudere opwarmingsfasen ongeveer 400 jaar duurden.

Momenteel zien we trouwens een lichte daling van de temperatuur, of op zijn minst een kleine pauze.

Al zegt dat natuurlijk nog niets. Maar wat het ook doet: niets zegt dat dit niet in de lijn ligt van de natuurlijke ontwikkelingen. In deze ‘lenteperiode’, na de Kleine IJstijd, zagen we inderdaad een stijging van de temperaturen, kleinere gletsjers en minder Noordpoolijs. Maar het klimaat in deze Moderne Warmteperiode is lang nog niet zo warm als tijdens het klimaatoptimum.




Ik eindig met deze grafiek, eveneens gebaseerd op de gegevens van het Groenland project, de ijsboringen. Hierin is de tijdlijn verknipt, in stroken van elk 150 jaar. Welke periodes dat zijn, staat beschreven in de legenda. Men toont hier telkens de relatieve stijging, vanaf het begin van elke periode, en je ziet dat we het in onze periode (blauwe lijn) nog niet eens zo slecht doen. Er zijn tal van periodes met vergelijkbare of zelfs sterkere stijging, zo uitzonderlijk is dit niet. Maar bedenk dat deze veranderingen ook voorkwamen zònder menselijke invloed.


Wat kan ik tot hiertoe besluiten uit dit historisch overzicht ?

Het klimaat is eigenlijk nooit stabiel geweest. De temperatuur is ooit veel hoger geweest, denk maar aan de Minoïsch periode. Warme en koude periodes volgen elkaar op en daar is niets alarmerends aan.

We hebben ons daar ook al altijd goed aan aangepast, dus het is absoluut niet nodig van te panikeren.

Ook het tempo van de stijging is niet uitzonderlijk.


Ook het IPCC zag aanvankelijk geen problemen in die klimaatschommelingen. In hun eerste rapport van 1990 werden de Middeleeuwse Warme Periode en Kleine IJstijd zonder meer aanvaard. Maar toen ze, na 1992, de politieke lijn begonnen te volgen van de Verenigde Naties, werden fluctuaties in hun rapport van 2001, gewoon weg-gecensureerd en vervangen door de hockeystick. Gelukkig is er de geschiedenis, waardoor men veel van die interpretaties kan corrigeren. En dat vind ik eigenlijk wel geruststellend.

Maar misschien is het net hun bedoeling dat we niet té veel bijleren, en zal men de geschiedenis blijven vervalsen, om net dezelfde reden waarom men het vak geschiedenis geweld wil aandoen.

Iedereen moet denken zoals zij vinden dat het moet.


—————


Tot daar de klimaathistorici. We lopen door naar een tweede groep wetenschappers, die niet alleen kijken naar wat àchter ons ligt, maar het zelfs aandurven vooruit te kijken. Zij nemen als uitgangspunt de sterrenkunde, kijken naar de invloeden die er zijn op het klimaat, en tekenen dit uit in iets, wat je je zou kunnen voorstellen als een sinusoïde. Als je aanneemt dat dit een continu doorlopend proces is - denk aan het getijdenboek - dan kan je die golvende lijn naar de toekomst doortrekken.


De eerste wetenschapper die ik in dit verband zou willen vernoemen is de Servische astronoom Milankovitch, die reeds honderd jaar terug zijn studies publiceerde. Hij had vastgesteld dat het zwaartekracht-effect van de grote gasplaneten Jupiter en Saturnus, regelmatige cycli veroorzaakte in de bewegingen van de aarde.

Om te beginnen beschrijft hij de veranderende baan van de aarde rond de zon, met wisselende afstand tot gevolg. In de figuur (links) kan u zien dat de baan verandert van minder naar meer elliptisch. Die cyclus zou volgens Milankovitch’ berekeningen 100.000 jaar duren.

Als tweede observatie beschrijft hij een veranderende hellingshoek van de aardas ten opzichte van de zon (van 22,5° tot 24,5° - midden). Die kanteling heeft meer of minder zonlicht op de polen tot gevolg, een cyclus die volgens hem 41.000 jaar zou duren.

En tot slot beschrijft hij een soort tolbeweging van de aarde. Dit fenomeen waarbij de aarde om zijn as draait zou 26.000 jaar duren.



Pas in de jaren 70 en midden jaren 90 begonnen wetenschappers zich te interesseren voor deze ontdekkingen en theorieën, nadat teams uit verschillende landen met ijsboringen begonnen in het zuidpoolgebied en Groenland. Daaruit bleek een duidelijke overeenkomst van de eerste twee cycli van Milankovitch ten opzichte van de glaciale cycli in het Pleistoceen, iets waarvoor men tot dan toe geen duidelijke verklaring had.

Nu werd duidelijk dat ze met veranderingen in de baan van de aarde om de zon te maken hadden.


Op de website van NASA Global Climate change heeft men begrip voor zijn theorie en Milankovitch’ model. Ik citeer: “Deze cycli zijn inderdaad van invloed, op de hoeveelheid zonlicht, en dus ook op de energie die de aarde van de zon absorbeert. De Milankovitch cycli bieden een sterk kader voor het begrijpen van langetermijnveranderingen in het klimaat op aarde, inclusief het begin en einde van ijstijden in de geschiedenis van de aarde.”

Dan zou je toch denken: goed, iemand die in zijn waarde wordt erkend. Maar dan komt alweer de CO2 duivel roet in het eten gooien, want ik citeer verder de NASA: “… ze kunnen de huidige periode van snelle opwarming van de aarde echter niet verklaren, te beginnen vanaf de pre-industriële periode (1850-1900), en vooral sinds het midden van de 20e eeuw.” en dan krijg je het weer: “Wetenschappers zijn ervan overtuigd dat de recente opwarming van de aarde voornamelijk te wijten is aan menselijke activiteiten, met name de directe invoer van CO2 in de atmosfeer van de aarde door het verbranden van fossiele brandstoffen.”

Al Gore zou hieraan toevoegen : ‘End of discussion’.


Dit standpunt blijft het IPCC trouwens halsstarrig volhouden, zelfs nadat Milankovitch ook nog gelijk kreeg vanuit een andere hoek. Zoals ik in het begin van dit artikel heb aangehaald, bestaat er namelijk nog een derde manier om het temperatuurverloop uit het verleden te onderzoeken, met name: het bodemonderzoek. Aan de hand van analyse van plankton, in kernen van diepzee-sediment, kan men miljoenen jaren terug gaan in de tijd.

Ook uit dit onderzoek bleek, dat de glaciale cycli uit het Pleistoceen, 41.000 jaar uiteen lagen, en perfect overeenkwamen met de veranderingen van de hellingshoek van de aardas, ten opzichte van de positie van de zon. Ook de 100.000-jaarscyclus die Milankovitch beschreef bleek te kloppen.

Tot daar Milankovitch. Vind ik boeiend, maar de controverse laat ik over aan de wetenschappers.



Een wetenschapper, die dezelfde reacties en opmerkingen op zijn bord kreeg als Milankovitch, is Prof. Nicola Scafetta, gespecialiseerd in fysica, astrologie en climatologie (Napels).

Hij is verbonden aan de Duke University - North Carolina en de ACRIM Lab group, dat op zijn beurt verbonden is aan het NASA Jet Propulsion Lab in Californië.

Ook zijn klimaatmodel maakt gebruik van astronomische cycli en het kan de natuurlijke klimaatverandering reproduceren tot 12 000 jaar terug, iets wat de IPCC modellen niet eens kunnen.


Volgens hem is de theorie over de zonnestelsel-cycli vrij eenvoudig uit te leggen.

Nu, wat professor Scafetta eenvoudig noemt, vind ik toch nog ingewikkeld genoeg, voor leken, vandaar, een beetje vrij vertaald, waar het volgens mij op neerkomt. Er zitten trouwens nog genoeg nieuwe concepten in, maar laat u daar niet door afschrikken. Voor zij die uitleg willen van de professor zelf, die vindt u hier:


Sterren en planeten draaien om elkaar, beïnvloeden elkaar wederzijds en zwaartekracht speelt daarin een rol, aantrekkingskracht. Daardoor ontstaat een klimaatsysteem, dat, als ik het moest uittekenen, ook hier een golfverloop vertoont. Dat golfpatroon kan ik zowel in het verleden als in de toekomst uittekenen. Met andere woorden: ik kan zowel het verleden reconstrueren als de toekomst voorspellen.


Al wat moeilijker uitgelegd, hopelijk komt u - en ik - deze paragraaf ongeschonden door :

De magnetische schommelingen in de heliosfeer ( = het gebied van onze Melkweg waarin materie voornamelijk van de Zon komt) reguleren het ruimteweer ( = omgevingsomstandigheden in de magnetosfeer, ionosfeer en thermosfeer van de Aarde als gevolg van de Zon en de zonnewind ), dat grotendeels uit elektrische verschijnselen bestaat.

Deze veranderingen beïnvloeden op hun beurt de systemen op onze Aarde, doordat ze wolkenvorming reguleren en ionisatie van de bovenste atmosfeer veroorzaken (denk aan bliksemvorming).

Uiteraard zijn op dit moment nog niet alle afzonderlijke fysieke mechanismen begrepen, gekwantificeerd of gemodelleerd. Zo moet nog tot in detail verder worden onderzocht hoe wolken worden gevormd en wat hun relatie is met kosmische straling enz.


Ik zou dat in een paar woorden samenvatten : “Van het één, komt het ander, en wolken spelen daarin waarschijnlijk een cruciale rol, maar daar is verder onderzoek voor nodig”. Klaar.

Wat er ook van zij, dit temperatuurmodel, dat in wezen dus steunt op astronomie, sterrenkunde, is op zijn terugblikkende en voorspellende mogelijkheden getest en presteert vrij goed. Het becijferde bijvoorbeeld meerdere schommelingen en trends die we tot hiertoe tegenkwamen: de kleine ijstijd, de middeleeuwse warme periode, de koude periode uit de donkere eeuw, de Romeinse warme periode enz. Het model reconstrueert hierbij alle variaties, die zijn waargenomen in temperatuur- en zonnemetingen, gedurende ten minste 2000 jaar. En uiteraard voorspelt het model ook de warme periode op het einde van de 20e eeuw en detemperatuurschommelingen sinds 1850 die netjes op en neergaand verlopen. Wat de toekomst betreft voorspelt het model dat de zon een groot minimum binnengaat (met andere woorden koud), dat zijn laagste niveau zal bereiken rond 2030, en een nieuw maximum (warmer) zal bereiken in de jaren ’60.


De theorie van Scafetta is vrij revolutionair en de toekomst zal uitwijzen wat de waarde ervan is. De wetenschapper zegt hierover zelf: “De weinige wetenschappers die voldoende tijd hebben besteed aan het echt, met een open geest, bestuderen van mijn studie, waren behoorlijk onder de indruk en geïnteresseerd. Helaas is de reguliere klimaatgemeenschap erg gesloten door hun bijna religieuze veronderstelling, dat de wetenschap vaststaat, en/of dat het klimaat enkel wordt gereguleerd door interne mechanismen. Een rationeel debat vereist uiteraard de bereidheid om te luisterennaar argumenten,en moet gebaseerd zijn op gegevensanalyse en zorgvuldige studie. De vraagstukken zijn erg complex, veel fysieke details zijn nog onbekend en wat bekend is moet begrepen worden op een correcte manier en niet alleen zoals men het wenst te begrijpen. Mensen hebben het klimaat trouwens altijd begrepen als gedeeltelijk of grotendeels beïnvloed door astronomische cycli. Zò moest klimaatverandering worden opgevat, sinds de oudheid tot aan de 20e eeuw,van Ptolemaeus tot Kepler. De theorie die ik voorstel, zet dus een lange traditie voort.”


—————


Een laatste groep van onderzoekers die ik wilde voorstellen, zijn wetenschappers die zich voornamelijk focussen of de zonne-activiteit en de intensiteit van de van de zon ontvangen energie. De meeste studies onderzoeken daarbij specifiek de zonnevlekken.

Dit zijn periodiek verschijnende, relatief koelere en donkere vlekken op het zon-oppervlak. Ze worden veroorzaakt door sterke magneetvelden, die de stroming van plasma bemoeilijken, waardoor de warmteaanvoer vanuit het binnenste van de zon tijdelijk wordt verminderd. Na verloop van tijd verdwijnen ze weer.


Hoe meer zonnevlekken te zien zijn, hoe actiever en krachtiger de zon en dus ook: hoe meer zonnestraling op aarde. Minimale zonneactiviteit (met weinig of geen zonnevlekken) houden dan weer verband met lage temperaturen.

In de grafieken spreekt men van TSI - Total Solar Irradiance of totale zonnestraling.

Gemiddeld om de 11 jaar, in een "actieve" periode, wisselen de magnetische polen van de zon van plaats. De poolverschuiving vindt altijd plaats in de periode met de meeste zonne-activiteit, het zogenaamde zonnemaximum.

Tot daar het principe. Nu eens kijken naar de resultaten.


Vanaf het midden van de 18e eeuw is het aantal zonnevlekken op basis van telescopische waarnemingen geregistreerd. In 2017 werd aangetoond dat minima en maxima van de zonneactiviteit, in de afgelopen eeuwen, gekoppeld kunnen worden aan de koude en warme perioden zoals we die in dit artikel hebben gezien. Dit onderzoek wordt beschreven in dit artikel :


Kan het IPCC dit accepteren?

Nee, het IPCC veronderstelt dat er “maar weinig invloed is van de zon op variaties in het klimaat.” Zij stellen dat de ‘stralingskracht’ van de zon, vanaf 1750, vrij constant is geweest. Op basis hiervan concluderen zij, dat de opwarming van de laatste decennia dus wel moet komen van de toename van de broeikasgassen in de atmosfeer, in het bijzonder CO₂. Ik laat u in de volgende figuur de vergelijking zien tussen beide :



In de linker grafiek ziet u duidelijk dat CO2 geleidelijk is gestegen terwijl de temperaturen op het noordelijk halfrond constant op en neer gaan zonder enig verband met atmosferische CO2-gehalten. In de rechter grafiek ziet u duidelijk dat de globale temperaturen gekoppeld zijn aan veranderingen in de helderheid van de zon (totale zonnestraling, TSI). Wie dit niet erkent wil het blijkbaar niet zien.



Ook in de figuur hieronder, tot slot, geeft de zwarte lijn de temperatuur weer tijdens de voorbije 250 jaren.

De stippellijn is het aandeel van de zonnestraling. U ziet, er is sedert 1850 geen ruimte tussen beide.



De inbreng van de zon bedraagt 100%, en er is geen plaats voor een extra antropogene of menselijke opwarming. ( Bron: Hoyt en Schatten, The Role of the Sun in Climate Change - Oxford University Press, 1997 p196 ).

De piek van 1780 is belangrijk omdat het een ‘solair maximum’ is, net zoals de top in 1997-2000.

Solaire groot-maxima zijn er ongeveer alle 200 jaar (op enkele jaartjes komt het voor de natuur niet aan) en meestal zijn die de voorbode van ernstige veranderingen. Vele klassieke deskundigen voorspellen een forse tot zeer forse neergang, startend binnen de volgende tien à twintig jaar. Er wordt voorspeld dat de activiteit van de zon met 60% zal dalen tegen 2030 . Dit kan leiden tot een Kleine IJstijd, zoals die tussen 1645 en 1715 voor extreem strenge winters zorgde.

Als die kleine ijstijd er inderdaad komt, dan kan de theorie die ons allen zo aan het schrikken heeft gebracht naar de schroothoop en alle maatregelen en bestedingen die erbij horen eveneens. Gelukkig zijn we dan al aan de elektrische auto. Maar wacht eens, had die niet een kleinere actieradius bij lagere temperaturen?

Daarover meer in de volgende twee artikels.


Een interessante film over zonnevlekken vindt u hier :


Luk Adang



476 weergaven4 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

4 Comments


Bedankt voor dit artikel en deze best confronterende en dus tegelijk interessante visie. Heb je ergens links naar bronnen over het verbruik van kostbare mineralen, de verwerkingsomstandigheden, over welke landen het gaat,...? Dit zou me zeker interesseren. Dank je wel bij voorbaat! Maarten

Like
Luc Adang
Luc Adang
Apr 16, 2023
Replying to

Beste Maarten, Bedankt voor uw reactie. Waar u naar vraagt zijn uiteraard niet de meest transparante landen, wat betreft werkomstandigheden en zo meer. Ik kreeg ook laatst (op mijn artikel ‘Niets is wat het lijkt’) reactie van een zekere Wim Benoot: “al meer dan 50 jaar worden grondstoffen wereldwijd in onmenselijke omstandigheden uit de grond gehaald door de meest bedenkelijke regimes. Al meer dan 50 jaar wordt onze welvaartsstaat ondersteund door dit systeem”. En daar heeft hij uiteraard gelijk is. Indertijd kochten we geen Kaaps fruit om die reden, maar ondertussen is dat steeds verder gegaan en zit overal een ranzige kant aan. Het is ook een ingewikkelde discussie, en ook ik koop ondertussen kledij die waarschijnlijk in erbarmelijke omstandigheden…

Like

Luk, weer een uitstekend artikel, prachtig verwoord en het getuigt van rijke inzicht en kennis. Belangrijke informatie om zelf je mening te kunnen vormen.

Like
Luc Adang
Luc Adang
Apr 05, 2023
Replying to

Bedankt. Ik heb even geaarzeld of ik het wel zou plaatsen, want het is natuurlijk weinig tastbaar. Dus voor sommigen misschien wat ‘saai’. Vandaar ook mijn waarschuwing in het begin. Ikzelf vind het boeiend omdat dit het klimaat in een bredere context plaatst. En dat is wel belangrijk, vind ik. Het doet mij veel plezier dat u dat ook vindt. Bedankt. Luk

Like

Met uw kleine steun blijft deze website online zonder reclame

Doneer een bedrag naar keuze. Met €1 euro zijn wij al enorm tevreden.

Dankjewel voor uw steun!

bottom of page