top of page

Boekbespreking: Ze zijn ons vergeten

Bijgewerkt op: 14 mei

Mertens, Peter (2020), Ze zijn ons vergeten. De werkende klasse, de zorg en de crisis die komt. Berchem, Epo. 152 blz.


Omdat ik zo goed mogelijk geïnformeerd wil zijn uit de eerste hand en niet van horen zeggen, heb ik een boek gelezen van PVDA-boegbeeld Peter Mertens. Het is een opeenstapeling van licht verteerbare anekdotes en voorbeelden in een wijdlopige stijl. Het is verschenen in volle coronatijd. De drie delen worden in de ondertitel aangegeven: ‘Helden’ (dat is de ‘werkende klasse’ uit de ondertitel), ‘Zorg’ en ‘De crisis die komt’.

 

Deel I gaat over de zorg- en hulpverleners, die tijdens de eerste coronamaanden als ‘helden’ werden beschouwd. Mertens beschrijft uitvoerig dat ze altijd klaar moesten staan, maar slecht werden betaald. Daar heeft hij gelijk in. Ik heb het van meet af aan goedkoop gevonden dat mensen witte lakens door het raam hingen, infantiele beertjes in de vensterbank etaleerden en ’s avonds vanuit het open raam een minuut applaudisseerden of dankliederen kweelden, in plaats van verplegers en andere brave zielen behoorlijk te betalen. In de jaren voor corona heeft de Belgische regering genadeloos gesnoeid in de zorguitgaven. Dàt en niet de zogenaamde ernst van de seizoensgriep die corona was, heeft voor overlast gezorgd in sommige klinieken en de onderbezetting (en onderbetaling) aan het licht gebracht. De klacht van Mertens is hoe dan ook terecht.

 

Als doorgewinterde communist laat Mertens vanzelfsprekend geen gelegenheid voorbijgaan om zijn gal te spuwen over al wat in zijn ogen extreemrechts is. (29) Extreemrechtse politici hebben er volgens hem voor gezorgd dat covid-19 een ‘klassenvirus’ (21) is geworden, want door hun toedoen zou het voornamelijk de lagere klassen getroffen hebben. Ook ‘conservatieve chroniqueurs als Thomas Friedman’ (32) van The New York Times krijgen ervan langs omdat ze zich verzetten tegen de lockdowns die in hun ogen meer kwaad dan goed deden. Natuurlijk mocht Trump (33) niet in het rijtje ontbreken. Hij heeft zich, net als Friedman, laten ontvallen dat de remedie erger was dan de kwaal en haalt zich dus de woede van Mertens op de hals. Enkele bladzijden verder deelt ook de Braziliaanse president Jair Bolsonaro in de klappen. (44) Mertens vergeet tijdens dergelijke driftaanvallen dat hij zelf klaagt over de economische en menselijke schade die de lockdowns veroorzaakt hebben, in het bijzonder in die landen waar mensen per dag betaald worden en dus na een dag niet werken ook niets te eten hebben. (105)

 

De Frankfurter Allgemeine Zeitung van 26 maart 2020 acht het niet verstandig dat ‘de regering nu vooral de raad van de virologen volgt’. (32-33) Ook dat vindt Mertens schandalig want volgens hem hebben de virologen over de hele lijn gelijk. Het is verbazend dat hij op dat vlak zo gezagsgetrouw is. Op geen enkel moment stelt hij zich de vraag waarom bij ons altijd dezelfde drie virologen het woord mochten voeren en evenmin of zij wel waarheid verkondigden.

 

Tot de ‘helden’ behoren natuurlijk ook de vreemdelingen die in de zorgsector inderdaad stevig vertegenwoordigd zijn. Dat zijn volgens Mertens allemaal brave zielen, die door de blanke Belg uitgebuit en misbruikt worden (36). Het past voor de ideoloog van een communistische partij om Friedrich Engels een plaats te gunnen in zijn betoog en hier ziet Mertens daartoe zijn kans. Hij haalt de allereerste publicatie van Engels uit de kast, Die Lage der arbeitenden Klasse in England (1845), waaruit hij nogal slordig vertaalt. Engels heeft zeer terecht geschreven dat de ellendige woonomstandigheden van de Engelse arbeiders in het midden van de 19de eeuw – het hele gezin in één enkele stinkende kamer – bijdroegen tot de verspreiding van besmettelijke ziekten. Dat vergelijkt Mertens met de situatie van Oost-Europese seizoenarbeiders die bij ons fruit komen plukken, daarmee – maar dat zegt Mertens er niet bij – op korte tijd meer verdienen dan in hun thuisland in een heel jaar, en die een paar weken met zijn zessen in een appartement van dertig vierkante meter moeten slapen. (44) Dat noemt Mertens ‘moderne slavernij’ (36). Een dergelijke vergelijking tussen de uitzichtloze ellende van de 19de-eeuwse arbeider en het zeer tijdelijke gebrek aan comfort van de fruitplukker is intellectueel oneerlijk. Het is demagogie.

 

Helemaal marxistisch wordt Mertens wanneer hij aan het slot van deel I euforisch voorspelt dat de zogenaamde ‘witte woede’ zal leiden tot een nieuwe proletarische revolutie. Corona is voor de arbeidersbeweging een zegen geweest want – hier citeert Mertens instemmend Arnaud Levêque van het ABVV – ‘Een nieuw klassenbewustzijn kan leiden tot de omkering van de krachtsverhoudingen. [...] De coronapandemie heeft de context brutaal veranderd. Er opent zich nu een waaier van mogelijkheden’ (48). Hoezeer Mertens in covid de ontwaking van de ingeslapen arbeidersbeweging ziet, moge blijken uit de volgende vergelijking: ‘Covid-19 heeft Assepoester wakker gekust. Een slapende reus is weer tot leven gekomen: de werkende klasse’ (44). Marx en Engels riepen in 1848 de proletariërs aller landen op om zich te verenigen. Mertens roept in 2020 de hulpverleners op om hetzelfde te doen. Van de voorspelde proletarische revolutie hebben we intussen echter nog niets gemerkt.

 

Het tweede deel van zijn boek heeft Mertens ‘Zorg’ getiteld. Hij staat een paar bladzijden stil bij het lot van ouderen in zorgcentra en daarbuiten tijdens de pandemie. Sommige mensen vonden het in de coronatijd toch enigszins bedenkelijk dat aan pubers hun jeugd ontnomen werd om de grootouders een paar maanden extra te gunnen. Een pandemie treft het eerst zieke en verzwakte ouderen, en daarom vroeg men zich ook af of het dan wel zin had om iedereen te injecteren, op non-actief te zetten en op te sluiten, zelfs kinderen. Dergelijke bedenkingen doen Mertens koken van woede. Wie nog maar iets in bovenstaande zin durft formuleren, zoals Marianne Zwagerman in De Telegraaf van 17 april 2020, wordt uitgescholden voor harteloos, onmenselijk en alleen geïnteresseerd in harde winstcijfers. ‘Al wat leeft, wordt herleid tot rendabiliteit en vervolgens moeten de “onrendabelen” wijken’, schreeuwt Mertens. (53-55) ‘Onrendabelen’? Daar had Zwagerman het niet over. Ze vond het jammer – en velen met haar – dat aan jongeren hun jeugd ontnomen werd, dat ze zelfs verantwoordelijk gesteld werden voor de mogelijke dood van hun grootouders als ze niet bereid waren om zich te laten injecteren en opsluiten. Die bekommernis verdraaien tot het issue ‘rendabiliteit’ is – alweer – intellectueel niet eerlijk. Het is demagogie.

 

Dat de federale en Vlaamse overheden tijdens de zogenaamde coronacrisis geen beleid gevoerd hebben dat die naam verdient, daar heeft Mertens gelijk in. De versnippering van bevoegdheden, gekoppeld aan verkeerde beslissingen uit het verleden en voortdurend wijzigende instructies tijdens de zogenaamde crisis, hebben voor complete chaos gezorgd. Gelukkig heeft de ‘Geneeskunde voor het Volk’ redding gebracht. Althans in Zelzate, Charleroi, Borsbeek en Brussel. (60) Door chaotische organisatie en gebrek aan expertise, is ook de corona-contactopsporing compleet mislukt. De enigen die wel succes geboekt hebben, zijn vanzelfsprekend opnieuw de socialistische ‘volksdokters’ want alleen zij zijn ‘verankerd in de volkswijken’ en werken samen als ‘een wielerploeg’. (67) Echte dokters zijn marxisten.

 

Mertens vindt dat Europa het schitterende voorbeeld van China had moeten volgen: drastische quarantainemaatregelen en verplichte injecties. (79-83) Dat biedt hem de gelegenheid om nog een keer uit te halen naar Trump, want die heeft China vernederd en dat ‘moet zorgvuldig worden onderzocht’ (82). Mertens is het helemaal eens met Richard Horton, die schrijft: ‘vanuit het oogpunt van de wetenschap en de volksgezondheid is kritiek op China en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) totaal oneerlijk’ (82). De WHO is nochtans zo corrupt als zijn directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus, die zelf niet gevaccineerd is, net zomin als Uğur Şahin, die dankzij de vaccins van BioNTech miljardair geworden is. Die mannen weten wat er in het spuitje zit. Dat de WHO niet langer een organisatie is die zich bekommert om onze gezondheid, weet Mertens maar al te best, want op bladzijde 75 schrijft hij dat ‘machtige donoren zoals de Bill & Melinda Gates Foundation’ bepalen waar het geld van de WHO naartoe gaat en voegt er al te eufemistisch aan toe: ‘En dat is niet altijd naar de kerntaken’. Niettemin schreeuwt hij op dezelfde bladzijde uit dat al wie kritiek heeft op de WHO – de WHO ‘verzwakken’ noemt hij dat – ‘harakiri [pleegt op] de mensheid zelf’. Dat is niet meer intellectueel oneerlijk, maar oneerlijk zonder meer.

 

Het laatste hoofdstuk van dit tweede deel is een filippica tegen patenten en octrooien, die verhinderen dat dure medicijnen goedkoop nagemaakt worden door generische bedrijven. Vol bewondering kijkt Mertens op naar Nelson Mandela, die in 1998 Amerikaanse bedrijven ertoe heeft kunnen dwingen om goedkope namaakproductie van hun hiv-medicatie toe te staan. Datzelfde, aldus Mertens, zou moeten gebeuren ter bestrijding van een ‘universeel kwaad’ (92) als corona. De vraag of bedrijven nog bereid zullen zijn om onderzoek te doen naar nieuwe geneesmiddelen als ze het resultaat ervan moeten wegschenken, stelt Mertens zich gemakshalve niet. Evenmin als de vraag naar de doeltreffendheid en de veiligheid van de corona-injecties.

 

Het derde deel van Ze zijn ons vergeten is getiteld ‘De crisis die komt’. Op grond van krantenknipsels, websites en een radioprogramma zet Mertens een betoog op over de rampzalige gevolgen van de coronamaatregelen, die met geen neoliberale middelen verholpen kunnen worden: ‘Het neoliberale wondermodel werkt voor geen meter’ (98).

 

Het komt Mertens bijzonder goed uit dat de burgemeester van New York, Bill de Blasio, op 24 juli 2020 op de radio Marx heeft geciteerd.  Volgens Mertens heeft Blasio gezegd:

Er is een beroemd citaat uit het eerste hoofdstuk van Marx’ Communistisch Manifest dat ‘de staat het uitvoerend comité van de burgerij is’. Ik heb dat als jongere gelezen en ik dacht, zo hoort dat niet te zijn. (100)

Mertens vermeldt geen bron, maar het gaat om een WNYC radio-interview waarvan een gedeelte te beluisteren is op https://www.youtube.com/watch?v=0FnfRPPqueg. Dat Blasio gezegd zou hebben ‘uit het eerste hoofdstuk van Marx’ Communistisch Manifest’ is een toevoegsel van Mertens. Op bladzijde 101 vertaalt Mertens zelf Marx als volgt: ‘De staat moet garant staan voor het gemeenschappelijk belang van de kapitalisten. Dat is het citaat van Marx.‘ (101) Is dat zo? Laten we even kijken naar wat Marx in 1848 geschreven heeft: ‘Die moderne Staatsgewalt ist nur ein Ausschuß, der die gemeinschaftlichen Geschäfte der ganzen Burgeoisklasse verwaltet‘. Vertaald wordt dat: ‘Het moderne staatsapparaat is slechts een comité dat de gemeenschappelijke zaken van de hele bourgeoisklasse beheert’. Het woord ‘moeten’ uit de parafrase van Mertens komt daar niet in voor, evenmin als ‘kapitalisten’. ‘Verwalten’ betekent ‘beheren’, ‘besturen’, en niet ‘garant staan voor’. Correct citeren hoeven we van Mertens dus niet te verwachten. Erger is dat noch hij noch Blasio begrepen hebben wat Marx heeft gezegd. Marx formuleert hier geen wens, maar een aanklacht. De vertaling van ‘ist’ als ‘moet’ is dus totaal verkeerd. Bovendien maakte Marx, zeker in 1848, nog onderscheid tussen de bourgeoisie, die de revolutie moest organiseren, en de kleine groep ultraliberale kapitalisten, die bestreden moest worden. (Zie Bart Tromp, Karl Marx, Meppel, Boom, 1983, p. 108). De vertaling van ‘Burgeoisklasse’ als ‘kapitalisten’ is dus ook zowel letterlijk als inhoudelijk compleet fout. Wie Marx wil aanhalen als autoriteit moet hem eerst begrijpen en vervolgens correct citeren.

 

Terug naar de crisis uit de titel van dit derde deel. Aan de hand van voorbeelden maakt Mertens duidelijk dat covid in heel de wereld de schuldenlast heeft doen stijgen. Iedereen wordt arm. Tijdens corona heeft de overheid dat opgevangen met overbruggingssteun, maar dat kan niet blijven duren. Bovendien moet de factuur van die steun betaald worden. Op wereldschaal ziet volgens Mertens de helft van alle werkkrachten zijn inkomen bedreigd, terwijl ‘de Amerikaanse miljardairs hun fortuin tijdens de coronacrisis zagen stijgen met 500 miljard dollar’ (107). Gewapend met enige achtergrondliteratuur zou je je als kritische marxist de vraag kunnen stellen of die ‘coronacrisis’ misschien niet opzettelijk door die miljardairs georganiseerd is met de bedoeling om er nog rijker van te worden. Die bedenking komt bij Mertens echter niet op. Ook nu biedt Marx soelaas:

‘Een samenleving die groeit in rijkdom zonder de armoede te laten afnemen, moet verrot zijn tot in haar diepste kern’, zei Marx scherp.

Mertens vermeldt opnieuw geen bron. Ik heb het dus zelf maar opgezocht. Het citaat komt uit een anonieme bijdrage van Marx over armoede en misdaad in Engeland, gepubliceerd in de New-York Daily Tribune van 16 september 1859: ‘There must be something rotten in the very core of a social system which increases its wealth without diminishing its misery, and increases in crimes even more rapidly than in numbers’. Marx was een bewonderaar van Shakespeare en refereert hier aan Hamlet.

 

Verder in dit derde deel stelt Mertens vast dat Europa niet op één lijn zit als het op maatregelen tegen corona aankomt. Daar heeft hij gelijk in. Dus pleit hij voor meer Europa, voor meer controle, voor meer centraal bestuur. De natte droom van elke communist. Mertens is heel enthousiast over het akkoord van 21 juli 2020 dat de Europese Unie de mogelijkheid biedt om eigen belastingen te innen. Dat vindt hij ‘solidair’ (112). Het spreekt vanzelf dat Trump weer kop van jut is. Hij heeft door een fikse belastingvermindering het Amerikaanse bedrijfsleven van zuurstof voorzien en dat maakt Mertens ziedend: Trump had dat geld aan voedselbanken en huurtoelagen moeten spenderen. Hoe lang de noodlijders daarmee geholpen zouden zijn, heeft Mertens niet becijferd. Zou het niet kunnen dat het bedrijfsleven dankzij nieuwe zuurstof meer werkgelegenheid creëert en dus minder mensen afhankelijk maakt van noodhulp?

 

Uiteraard kon in dit boek geen klaagzang ontbreken over ‘de klimaatontsporing’ (122). Mertens gelooft er heilig in: de aarde warmt op en dat is de schuld van de (extreemrechtse) mens. Nu de klimaatontsporing aan zijn klachtenboek toegevoegd is, grijpt hij zijn kans om maatschappijkritische medeburgers de mantel uit te vegen:

Op een paar klimaatnegationisten na – dikwijls dezelfde roepers die in het begin van de coronacrisis stoer liepen te doen over ‘dit pandemietje’ – is iedereen het vandaag wel eens: het is tijd om te handelen. (122)

Hoe weet Mertens dat iedereen het daarover ‘vandaag wel eens’ is? Hoe weet hij dat ‘dikwijls’ dezelfde burgers kritisch staan tegenover de klimaatpaniek en de coronapaniek? Heeft hij dat onderzocht? Is het zo verwonderlijk dat mensen die kritisch staan tegenover A ook kritisch staan tegenover B? Een rechtgeaarde communist zou zulke medeburgers moeten koesteren in plaats van ze te kleineren.

 

Mertens vindt het gepast om een vergelijking te maken tussen een (verondersteld) gevolg van de aardbeving die op 1 november 1755 Lissabon heeft verwoest en minstens zestigduizend burgers heeft gedood, en een (verhoopt) gevolg van de ‘schok’ die corona veroorzaakt heeft. (124-126) Je moet er maar op komen. Volgens Mertens heeft de aardbeving van 1755 een einde gemaakt aan religieus Europa en heeft corona een einde gemaakt aan het neoliberalisme. Voilà. Het eerste geldt misschien voor Voltaire met zijn Poème sur le désastre de Lisbonne, maar ik ben er nog niet zo zeker van dat het voor heel Europa geldt, zelfs niet voor Lissabon. Dat maakt voor Mertens allemaal niets uit. Het gaat om het effect. Een gewaagde vergelijking met een ramp van toen en een ramp van nu, en de ‘geestbeving’ (126) die daarvan het gevolg is. Zoiets maakt indruk. Mertens besluit, zoals we hebben gezien, zijn eerste hoofdstuk met de voorspelling dat het nieuwe proletariaat in opstand zal komen. Hier voorspelt hij dat het binnenkort afgelopen zal zijn met het ‘suïcidale hyperkapitalisme’ (125). Het einde der liberalen is nabij. Alle macht is binnenkort aan het volk. Dankzij corona.

 

Er komt revolutie. Dat is duidelijk. Wat staat ons als proletarische overwinnaars dan te doen? Daartoe heeft Mertens het ‘Prometheusplan’ bedacht. Zoals Prometheus de mensen het Vuur heeft geschonken, zo zal Mertens de mensheid het Licht brengen. Dat Prometheus daarmee de woede van Zeus opwekte, past niet goed in de vergelijking, maar bij vergelijkingen komt het er voor Mertens niet al te nauw op aan. Het plan bestrijkt vier domeinen: energie, vervoer, het digitale en de zorg.

 

Wat energie betreft, pleit Mertens voor lokale energievoorziening. Dat is een nobel streven. Veel technische kennis op dat vlak heeft Mertens spijtig genoeg niet want volgens hem is de klus geklaard met windmolens aan de Atlantische en Baltische kust en zonnepanelen aan de Middellandse Zee. Voor de piekmomenten voorziet hij waterstof. Hoe die Europese windmolenparken en zonnepaneelvelden in lokale energie zullen voorzien, legt Mertens niet uit. Aan de niet zo eenvoudige productie en opslag van waterstof wordt geen woord gewijd. Duidelijk is wel dat er ‘veel publiek geld’ nodig zal zijn. Dat moet van Europa komen. Waarschijnlijk van die nieuwe belastingen die Europa van Mertens mag innen.

 

Het tweede luik van het Lichtplan is ‘vervoer’. Er moet een ‘Europees openbaar vervoersconsortium’ (130) opgericht worden en als bij toverstaf zal het openbaar vervoer ‘aanwezig, betrouwbaar, stipt, veilig, comfortabel, efficiënt en betaalbaar’ worden. Oplossingen kunnen soms eenvoudig zijn.

 

Het derde luik is ‘het digitale’. Mertens stelt terecht vast dat ‘[h]et e-werk in de lockdown een forse push’ (130) gekregen heeft. Of dat misschien de bedoeling van die lockdown kan zijn geweest, vraagt hij zich niet af. Ook niet wanneer hij vaststelt dat ‘de e-commerce [...] door het dak is gegaan. Ten nadele van de lokale producenten en handelaars’. Zelfs niet wanneer hij constateert dat Jeff Bezos er ‘geen klein beetje’ beter van geworden is. Of Bezos de zogenaamde coronapandemie samen met bijvoorbeeld Bill Gates niet ‘een klein beetje’ gepland zou kunnen hebben, komt bij Mertens niet op. Voor hem is het puur toeval dat Bezos door corona in 2020 de rijkste man op aarde is geworden met een vermogen van 186 miljard dollar, en dat de kleine middenstander zijn winkel heeft moeten sluiten. Dat is allemaal de schuld van dat kleine ‘vleermuisvirus’ (96 en 111). En van extreemrechts. Bezos (en Gates) hebben geluk gehad. Zo simpel is dat. Waar Mertens echter treurig van wordt, dat is dat ‘de onderbetaalde koeriers’ hun werk moeten doen ‘zonder bescherming’ (131). Wie in zijn eentje rondrijdt in een bestelwagen en hier en daar – in de besmette open lucht nog wel! – moet uitstappen en op een misschien wel geïnfecteerde belknop moet drukken om – onbeschermd! – een pakje af te leveren, die loopt ontzaglijk veel kans om dodelijk besmet te worden. Dat is voor iedereen duidelijk. Daar word je echt treurig van. Zoals de Lichtbrenger.

 

Maar dat is allemaal bijzaak. Waar het in het derde luik om gaat, is dat de ‘digitale omslag van de samenleving [...] een ware industriële revolutie [is]: de vierde’ (131). ‘De vierde’, roept Mertens bijna triomfantelijk uit. Heeft hij die term van Klaus Schwab? Zou de PVDA werkelijk ook al ten dienste staan van het World Economic Forum? Wie zal het zeggen? Het gaat, zo legt Mertens verder uit, ‘om artificiële intelligentie, om de cloud en vooral om big data’. Dat weten we dan ook weer. Maar wat wil de Lichtbrenger daar nu eigenlijk mee aanvangen? Dat weet hij zo te zien zelf niet goed. Hij bezingt ‘het enorme potentieel van digitaal talent onder de jeugd’ en pleit ervoor om de ‘digitale revolutie’ in te zetten ‘voor publieke belangen in plaats van enge vennootschapsbelangen’ (131). Wat dat in de praktijk betekent, moet de lezer zelf zien in te vullen.  Maar op de vraag wie daarvoor zal zorgen en wie dat zal betalen, heeft Mertens het antwoord al klaar: ‘Een Europees digitaal consortium zou die omslag kunnen maken’ (131)!

 

Het vierde onderdeel van het Prometheusplan betreft de zorg in het algemeen en de ouderenzorg in het bijzonder. Mertens voorspelt – zoals een echte profeet doet Mertens graag voorspellingen – dat ‘het landschap van de zilveren multinationals met hun honderden rusthuizen’ simpelweg ‘geen toekomst’ heeft (132). Waarom dat zo zal zijn, vertelt Mertens er niet bij, maar van profeten verwacht men dat ook niet. ‘Zorg’ is voor Mertens echter veel meer dan wat een eenvoudige proletariër daaronder verstaat. Er moeten ook ‘miljoenen huizen, scholen en publieke gebouwen’ geïsoleerd worden. Er moeten ‘veel’ nieuwe woningen gebouwd worden: ‘modern, duurzaam en betaalbaar’ (133). Wie, denkt u, zal dat volgens Mertens organiseren en betalen? ‘[E]en Europees publiek consortium’ natuurlijk, een ‘consortium voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in de gezondheidszorg’ (132).

 

Vier keer Prometheus komt dus neer op vier keer meer middelen en macht voor Europa. Vandaar Mertens’ volle instemming met de beslissing om Europa belastingen te laten innen. Marx riep de proletariërs aller landen op om zich te verenigen. Mertens vangt met Europa aan. Een mens moet ergens beginnen.

 

Wat die belastingen betreft, dat houdt Mertens nogal bezig. Volgens het al genoemde akkoord van 21 juli 2020 zal Europa, zo schrijft Mertens, ‘binnenkort schoorvoetend zelf belastingen gaan innen’ (135). Men denkt daarbij aan belasting op wegwerpplastic of op energie, maar dat zint Mertens niet. Hij denkt eerder – wat kan men van een communist anders verwachten? – aan ‘een Europese vermogensbelasting’ (135). Het is dus niet aan te bevelen dat burgers met bijvoorbeeld een eigen huisje of wat spaarcentjes voor PVDA stemmen want ze zullen er niet wel bij varen.

 

Het schitterende Prometheusplan had het organische, ja zelfs enigszins triomfantelijke besluit kunnen zijn van Mertens’ boek, maar hij kan het niet laten om nog een bladzijde of drie alles uit te schelden wat in zijn ogen extreemrechts is: het Vlaams Belang, Le Pen, Tom van Grieken, Matteo Salvini, Attilio Fontana, Barbara Pas, Chris Janssens, Donald Trump, Jair Bolsonaro. Daarop smeert hij vervolgens – dit keer écht als besluit – wat Phil-Bosmans-zalf: ‘We moeten het lijden omzetten in kracht’ (138) en ‘De toekomst hoort aan hen die de wereld doen draaien’ (142). We mogen dus van geluk spreken dat er nog marxisten zijn. Anders stond de wereld nu stil.

 

Ons boek is uit. Is het een goed boek? Neen. Het is rommelig. Het is zwak gefundeerd. Het bevat voorspellingen die niet uitkomen. Het stelt oplossingen voor die dat niet zijn. Ook in die zin is Mertens volbloed marxist, want het werk van Marx is al even rommelig en even ongefundeerd. Hij heeft ± 153 voorspellingen gedaan waarvan nagenoeg geen enkele uitgekomen is, zijn analyses van actuele politieke toestanden kloppen bijna nooit. Wat er van zijn oplossingen gerealiseerd is, is niet altijd een zegen voor de mensheid geweest. Waar hij het met één woord kon zeggen, zegt hij het met een zin. Wat hij met één zin kon zeggen, zegt hij met een alinea. Het grootste deel van zijn meestal onvoltooide geschriften is gewijd aan het uitschelden van tegenstanders. Mertens is waarlijk meer marxist dan hij misschien zelf vermoedt.

 

Van enige interesse voor de bredere context valt bij Mertens niets te bespeuren. Zijn bibliografie bestaat uit krantenknipsels en websites. Er staat niet één enkel ernstig wetenschappelijk boek tussen over corona, laat staan over het georkestreerde bedrog van Big Farma of over het feit dat de hele crisis perfect voorbereid en zelfs gerepeteerd is tijdens Event 201, en geen ander doel heeft gediend dan controle te verwerven over de massa en uit te zoeken hoe makkelijk die massa gemanipuleerd kan worden, ja zelfs bereid was om zich te laten injecteren met een vloeistof die nooit grondig getest is en waarvan de noodlottige gevolgen zich elke dag meer laten zien.

 

Mertens moet toch weten dat Bill Gates zeven vaccinfabrieken heeft, dat Anthony Fauci een bedrieger is, dat de ontwerpers van mRNA van meet af aan zelf gewaarschuwd hebben voor de onveiligheid ervan, dat de mondmaskers nutteloos waren, de anderhalve-meter-afstand-regel belachelijk en de lockdowns zinloos, dat de tests waardeloos waren, dat de cijfers bewijzen dat er nooit een pandemie is geweest, dat nu in de landen waar massaal geïnjecteerd is, massale oversterfte is, dat niet het virus zelf, maar de nutteloze maatregelen alle ellende veroorzaakt hebben. Hij had kunnen schrijven dat hij dat alles gelogen vindt en met argumenten staven waarom, maar hij spreekt er zelfs niet over. Integendeel, de burger die zich kritische vragen stelt, scheldt hij, zoals we gezien hebben, uit.

 

In uitschelden is hij trouwens niet te overtreffen. In de boeken die ik gelezen heb van Thierry Baudet, Jean-Marie Dedecker, Bart De Wever, Derk Jan Eppink, Chris Janssens, Barbara Pas, Tom Van Grieken, Wim Van Roy en van al wie tot het zogenaamde rechtse of extreemrechtse kamp hoort, heb ik nooit een passage aangetroffen waarin extreemlinks uitgescholden werd, terwijl Mertens niets anders doet. Rechtse partijen worden door de media systematisch weggezet als populistisch, maar als populistisch betekent dat je je publiek leugens wijsmaakt en je kritische tegenstander de huid vol scheldt, dan is Mertens in populisme niet te overtreffen.



Wat de coronapandemie betreft, gelooft en aanvaardt Mertens simpelweg alles: het virus komt van iemand die in Wuhan een vleermuis opgegeten heeft, het virus vormde een dodelijke bedreiging op wereldschaal, de mRNA-injecties zijn veilig en doeltreffend, contactopsporing was een prima idee, al de maatregelen waren nuttig en verantwoord. Hij heeft een onwankelbaar vertrouwen in de alwetendheid van de drie zogenaamde virologen die in Vlaanderen het hele coronagebeuren naar hun hand hebben gezet. Verwonderlijk is dat niet als je weet dat Marc Van Ranst het voorwoord geschreven heeft bij Mertens’ boek van 2016, Graailand. Het leven boven onze stand. Dat voorwoord is uiteraard in dezelfde toonaard gecomponeerd als de muziek van Mertens. Van Ranst scheldt onder meer Trump, Orbán, Le Pen, Petry, Wilders, Dewinter en De Wever uit voor ‘rattenvangers’ (13) en put zich uit in hoogdravende kreten en opgeblazen retoriek.

 

Mertens schrijft de rampzalige gevolgen van de zogenaamde coronapandemie systematisch toe aan het virus en nooit aan de maatregelen ertegen. Zelfs wanneer hij constateert dat ‘[o]p het einde van [2020] dagelijks zes- tot twaalfduizend mensen [zullen] sterven van de honger’ en daaraan toevoegt ‘Dat zijn meer doden per dag dan door het virus zelf’, dan nog komt hij niet tot de conclusie dat de remedie erger is dan de kwaal en scheldt hij, zoals we gezien hebben, Friedman en Trump uit omdat zij wél tot die conclusie komen.

 

De stijl van Mertens is kinderachtig, alsof hij voor kleuters schrijft. Zo van: ‘[D]e wereldeconomie [...] zal revalideren en dan, hup met de geit, de grote sprong voorwaarts [...] maken’ (96) en ‘1.500 miljard dollar [...]. Dat is een getal met evenveel cijfers als er letters zijn in een schildpadsoep: dertien’ (99). Wat te denken van de inleiding bij het derde deel:

Het piepkleine covid-19 is als een meteoriet ingeslagen en dat zo’n inslag brokken maakt, is bekend van zestig miljoen jaar geleden. De inslag was toen zo hevig dat de dinosaurussen het niet meer kunnen navertellen. Dat waren nochtans stevige beesten. (95)

Is dat het niveau dat Mertens bij zijn PVDA-lezerspubliek veronderstelt? Ik zou als PVDA’er – en voor wie is dit boek anders geschreven? – diep beledigd zijn.

 

Em. dr. Prof. Philip Vermoortel


 

 

221 weergaven2 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

2 Comments


W
W
May 14

In 2 voordrachten  uit het boek ” Symptomatologie van de geschiedenis ” karakteriseert  R Steiner het socialisme als de  missie-impuls , die zijn afsluiting zal hebben naar het creëren van een beschaafde wereld  tegen het einde van het 5de Na Atlant tijdperk , hetwelk  begon in 1450 nC  en zal eindigen omstreeks halverwege het 4de millenium .De zielekracht als bewustzijnsziel die uit het onbewuste diepten in de hele mensheid werkzaam is  ligt hiervoor aan de basis .

Reeds sedert het midden van de 19de eeuw waren de ontstane  liberale ideeën uitzichtloos en trad steeds meer op de voorgrond wat uit ordes en geheime genootschappen in het westen voortkwam . Dit was de reden dat de zich ontwikkelende bewustzijnsziel in slaap gesust…



Like
W
W
May 14
Replying to

Karl Marx


[…Wij zien hoe geschiedenis zo bestudeerd kan worden; zo zien wij levende mensenkrachten in de geschiedenis werkzaam! Of laten wij een ander geval nemen. Het was door heel bijzondere samenhangen dat mijn blik als het ware naar bepaalde gebeurtenissen werd geleid, die zich in Frankrijk hebben voorgedaan; eveneens in de 8ste en 9de eeuw, maar iets later in de tijd dan de gebeurtenissen waarover ik zojuist gesproken heb. Er deden zich daar bijzondere dingen voor. Het was de tijd waarin nog geen sprake was van grotere staatsvorming, waardoor de dingen die zich daar voltrokken, zich nog meer in kleinere kringen van de mensheid afspeelden.

Daar was toen een persoonlijkheid met een dynamisch karakter, die een uitgestrekt landgoed bezat…

Like

Met uw kleine steun blijft deze website online zonder reclame

Doneer een bedrag naar keuze. Met €1 euro zijn wij al enorm tevreden.

Dankjewel voor uw steun!

bottom of page